Weergave bij gedeeltelijke koppeling
Klassen kunnen in de jaarplanning gedeeltelijk aan een vak gekoppeld worden. Voor de tellingen in de onderwijstijd houdt Rooster rekening met deze gedeeltelijke koppeling. Mocht 50% van de klas een vak volgen, wordt ook 50% van de tijd gealloceerd. Hierdoor krijgen gebruikers vaak decimalen te zien. Houd er rekening mee dat er altijd gekeken wordt naar het aantal studenten ten opzichte van de ingevoerde aantallen in de basisdata er wordt niet gekeken naar het werkelijk aantal gekoppelde studenten in de klas/ lesgroep.
Hieronder een voorbeeld;
Klas 1a heeft geen echte studenten en in het onderwijsprogramma als volgt gekoppeld:
- AK, via kolom bevat groepen met de hele klas (20)
- DU, via kolom lesgroeprooster met aantal 10, dit is de helft van de klas
- ECO, via kolom lesgroeprooster met aantal 5, dit is 1/4 van de klas
- ENG, via kolom bevat groepen met 1/2 van de klas
In de analyse worden de lessen van de gekoppelde lesgroepen voor het deel meegeteld waarvoor ze gekoppeld zijn. Het maakt geen verschil of de overlap in de basisdata is aangemaakt (lesgroep1a1) of dat deze ontstaat door de koppeling in het onderwijsprogramma (lesgroep1a2). Er wordt gekeken naar het aantal waarmee gekoppeld de groep aan de onderwijsprogramma regel gekoppeld is. Als een klas voor de helft bijvoorbeeld gekoppeld is zoals bij ENG, wordt dit ook voor de helft meegeteld, ook als er geen lesgroep aan gekoppeld is. Het is niet aan te raden deze werkwijzes met en zonder lesgroepen naast elkaar te gebruiken.
Klas 2a bevatte bij het aanmaken zonder studenten het aantal 20, daarna zijn 5 studenten aan de klas gekoppeld. De lesgroepen 2a1 en 2a2 zijn aangemaakt met 10 studenten en aan lesgroep 2a2 zijn vervolgens 2 studenten gekoppeld. Deze groepen zijn als volgt gekoppeld in het onderwijsprogramma:
- FRA, met aantal 20 gekoppeld in kolom bevat groepen
- MA, met aantal 10 gekoppeld via lesgroep2a1 in kolom lesgroeprooster
- NAT, met aantal 5 gekoppeld via lesgroep 2a2 in kolom lesgroeprooster
In de analyse worden de lessen van de gekoppelde lesgroepen voor het deel meegeteld waarvoor ze gekoppeld zijn. Er wordt gekeken naar het aantal waarmee gekoppeld is, ongeacht wat het werkelijk aantal studenten is. De overlap van de lesgroepen 2a1 en 2a2 met de klas2a ontstaat doordat gebruik wordt gemaakt van de kolom 'Lesgroeprooster' in het onderwijsprogramma.
Niet aan te raden werkwijze!
Klas 3a bevatte bij het aanmaken zonder studenten het aantal 20. De lesgroepen 3a1,3a2 zijn aangemaakt met 10 studenten en aan lesgroep 3a1 zijn geen studenten gekoppeld en aan lesgroep 3a2 zijn vervolgens 10 studenten gekoppeld. Lesgroep 3a3 en 3a4 zijn aangemaakt met 0 studenten en vervolgens zijn aan lesgroep 3a3 geen studenten gekoppeld en aan lesgroep 3a4 zijn 10 dezelfde studenten gekoppeld als aan lesgroep 3a2.
- NED, met aantal 5 in kolom volgt groepen aan lesgroep3a1 (lesgroep zonder studenten)
- SCH, met aantal 5 in kolom volgt groepen aan lesgroep3a2 (lesgroep met 10 studenten)
- SPA, met aantal 5 in kolom volgt groepen aan de lesgroep3a3 (lesgroep zonder studenten)
- ZWE, met aantal 5 in kolom volgt groepen aan de lesgroep3a4 (lesgroep met 10 studenten)
In de analyse wordt iedere lesgroep als aparte groep gezien omdat er geen overlap is met een klas. Het is daarom niet aan te raden lesgroepen in de kolom 'Bevat groepen' te plaatsen en deze zo te koppelen. Als bij het aanmaken van de lesgroepen/ klassen een aantal studenten is ingevoerd zal in de analyse hier rekening mee gehouden worden. Er wordt daarbij geen rekening gehouden met het werkelijk aantal gekoppelde studenten. Als bij het aanmaken van lesgroepen in de basisdata geen aantal is ingevuld wordt iedere koppeling op deze wijze als 100 % van de groep gezien.
Opmerkingen
0 opmerkingen
Artikel is gesloten voor opmerkingen.