De Analyse Faciliteittype bestaat uit informatie over de vraag en beschikbaarheid van faciliteittypes per periode. Het geeft inzage in het aantal uren of roostereenheden dat een faciliteittype wordt gevraagd ten opzichte van de beschikbaarheid op basis van de onderwijselementen die in de curricula geplaatst zijn en waarbij faciliteittypes gevraagd worden.
Voorwaarden welke gevuld moeten zijn om data te genereren zijn de volgende:
- Er is een curriculum met onderwijselementen en een cohort die geldig is in het jaar waarin de analyse gemaakt wordt.
- De opleiding van het curriculum is geldig in het betreffende jaar, het startjaar zorgt ervoor dat de data uit het curriculum van enig jaar voorkomt in de analyse.
- Er is instroom van studenten in de opleiding.
- Bij de onderwijselementen is de kolom faciliteittype gevuld.
- Faciliteittypes zijn geldig en de beschikbaarheid is ingevuld. Er zijn faciliteiten gekoppeld aan de types en is max. 1 faciliteittype aan een faciliteittypeset gekoppeld.
Door een opleiding en een team te selecteren zal op basis van de vereiste faciliteittypes van de onderwijselementen in combinatie met het team, een overzicht worden getoond. In de kolom V wordt de vraag getoond, in kolom B staat de beschikbaarheid. Voor dit onderdeel is het noodzakelijk dat de basisdata Faciliteiten is ingericht. Een vinkje bij uren wil zeggen dat de analyse in uren wordt weergegeven, staat het vinkje bij uren niet aan dat wordt de analyse in aantal faciliteiten weergegeven.
Xedule maakt onderscheid in vraag naar faciliteittypen en aanbod van faciliteittypen. Vraag naar faciliteittypen wordt berekend op basis van de curricula. Aanbod van faciliteittypen wordt bepaald/berekend op basis van de basisdata van de faciliteiten.
Elk onderwijselement vraagt N keer één faciliteittype (bij onderwijselementen).
Elk onderwijselement gaat uit van een bepaalde groepsgrootte.
Als je een team kiest en je hebt op de faciliteiten die aan de types hangen lees- en schrijfrechten dan worden de beschikbare types voor dat team weergegeven.
Als er beschikbare faciliteittypes zijn waar geen vraag voor is worden deze wel weergegeven (als je tenminste lees- en schrijfrechten hebt op de onderliggende faciliteiten) , zo is inzichtelijk of er capaciteit over is.
Beschikbaarheid: waardes komen uit ingestelde beschikbaarheid bij Basisdata > Faciliteitdata > Faciliteiten.
Als er faciliteiten behoren bij 1 type, wordt bij weergave in aantal faciliteiten (i.p.v. in uren) de waardes getoond gelijk aan het aantal faciliteiten. Pas als er faciliteiten zijn die behoren tot meerdere types en ze hebben verschillende beschikbaarheid dan wordt de beschikbaarheid niet evenredig verdeeld naar aantal faciliteiten. Hierdoor kan het zo zijn dat als je 1 faciliteit verdeeld over 2 typen dat je 2x 0,5 krijgt, maar als je bij 1 v.d. types een faciliteit eraan toevoegt je dus niet samen 2 krijgt, maar bijv. 0,5 + 1,83.
Voorbeeld In één curriculum zit het onderwijselement NED voor 200 uur. Het benodigde faciliteittype is Theorie. Het onderwijselement vraagt 1 faciliteit. Het onderwijselement heeft als groepsgrootte: 20. De opleiding heeft in de perioden waarin NED is gepland, 50 studenten. De benodigde faciliteitencapaciteit op type Theorie is: 200 × 50 / 20 = 500 faciliteitsuren. Een faciliteit heeft één of meerdere faciliteittypes. Xedule verdeelt het aanbod van faciliteittypes van een faciliteit als deze meerdere types heeft. De verdeling van het aanbod van faciliteittypes geschiedt op basis van de vraag: Vraag faciliteittype A: 400 uur en vraag faciliteittype B: 600 uur. Aanbod van faciliteit X bij openstelling van 1.440 uur: 576 uur als faciliteittype A => 0,4 faciliteittype A 864 uur als faciliteittype B => 0,6 faciliteittype B |
Situatie voorbeelden en invloed daarvan op de analyse Als een faciliteit maar voor een deel gehuurd wordt (bijvoorbeeld sporthallen) dan kan het aanbod beperkt worden met behulp van de beschikbaarheid in de basisdata van de faciliteit. Als een faciliteit tot twee faciliteittypes behoort en er is slechts vraag voor 1 van die types dan wordt de beschikbaarheid toegewezen aan het faciliteittype waar ook de vraag voor is. Als een faciliteit tot twee faciliteittypes behoort en er is geen vraag voor beide faciliteittypes dan wordt de beschikbaarheid evenredig verdeeld. Als een faciliteit tot twee faciliteittypes behoort en de capaciteit is voor beide 20. De vraag voor 1 facilitiettype betreft een groepsaantal van 21, dan wordt de beschikbaarheid voor dat faciliteittype 0 omdat het niet in de faciliteit past, de gehele beschikbaarheid wordt aan het andere facitliteittype toegewezen. Als een faciliteit tot twee faciliteittypes behoort en de vraag voor het ene faciliteittype is groter dan de vraag voor het andere type dan wordt de beschikbaarheid verdeeld op basis van de vraagverhouding. Als een faciliteit tot twee faciliteittypes behoort en de vraag overstijgt de totale beschikbaarheid dan wordt er willekeurig bij 1 van de faciliteittypes begonnen met toewijzen van de vraag , de beschikbaarheid die evt. over is wordt dan toegewezen aan het andere faciliteittype. Om de beschikbaarheidsverdeling nog nader uit te leggen onderstaande enkele voorbeelden waarbij er 0 vraag is. Situatie 1: Een faciliteit behoort tot 1 faciliteittype, de faciliteit is het hele jaar beschikbaar. Als voorbeeld is dat 600 uur, als het vinkje uren uitgezet wordt is de waarde 1. Situatie 2: Een faciliteit behoort tot 1 faciliteittype, de faciliteit is een deel van het jaar beschikbaar. Als voorbeeld 120 uur, als het vinkje uren uitgezet wordt is de waarde 1. 120 uur is in dit geval 100 %. Situatie 3: Er zijn twee faciliteiten beide van hetzelfde faciliteittype. De ene heeft een beschikbaarheid van 600 uur, de andere van 120 uur. In dit geval is het gemiddeld van deze 2 faciliteiten 100% (= 720 / 2 = 360). Als et vinkje uren uitgezet wordt, dan worden de de beschikbaarheden van 600 en 120 opgeteld en gedeeld door 100%. Je krijgt dus 720 / 360 = 2. Situatie 4: Er zijn twee faciliteiten beide van hetzelfde faciliteittype. De ene heeft een beschikbaarheid van 600 uur, de andere van 120 uur. De faciliteit met de beschikbaarheid van 120 uur behoort daarnaast ook nog tot een ander faciliteittype. In dat geval is voor het eerste faciliteittype (waar ze beiden in zitten) het gemiddelde 720 uur / 2 = 360. In het tweede faciliteittype zit alleen de faciliteit van 120 uur. Hier is de 100% 120 uur. Dit houdt in dat voor faciliteittype 1 de 600 uur telt van de volledig beschikbare faciliteit plus de helft van de 120 uur van de faciliteit die in beide typen zit. Dit geeft 660 uur. Voor het aantal faciliteiten houdt dit in 660/ 360 = 1,83. Voor het tweede faciliteittype waar alleen de ene faciliteit deels in zit geldt dat deze voor de helft in dit type valt. Dus voor 60 uur. 100% is voor dit fac type 120 uur. Het aantal is dan 120/60 = 0,5. In deze situatie is het totaal in aantal faciliteiten dus meer dan 2 ( 1,83 + 0,5= 2,3). |
Opmerkingen
0 opmerkingen
Artikel is gesloten voor opmerkingen.