Met clusteren wordt bedoeld: het groeperen van studenten op basis van individuele onderwijsproducten en het toegestaan aantal studenten en activiteiten. Binnen Xedule zijn er meerdere mogelijkheden die in de berekening andere accenten leggen.
Bij het clusteren worden studenten op een slimme manier over lesgroepen verdeeld. Daarbij kan rekening worden gehouden met:
- de beschikbaarheid van de verschillende entiteiten.
- het gelijk houden van een clustersamenstelling.
- de groep (het type klas) waarin een student wordt geplaatst.
- de groepsgrootte voor bepaalde onderwijsproducten.
- studenten die geen onderwijsvraag hebben, maar wel onderwijs. Dat wil zeggen dat dan voor een student niets is ingevuld bij Roosteren, Groepen, Volgt onderwijsproduct, maar deze wel als student of als lid van een lesgroep is gekoppeld aan activiteiten.
Om te clusteren kan het volgende, algemene stappenplan gehanteerd worden:
- Controleer of voor de student de juiste onderwijsproducten zijn ingevuld
- Controleer het aantal groepen per onderwijsproduct.
- Los de signaleringen op in de 'Invoer clusteren'.
- Voer het clusteren uit.
- Verfijn -in het geval van clusterlijnen- het resultaat.
Controleer het aantal groepen per onderwijsproduct
Voor het starten van het clustermodel moet het aantal groepen per onderwijsproduct worden gecontroleerd. Er moeten namelijk genoeg groepen en activiteiten beschikbaar zijn voor de aantallen studenten:
- Open het scherm Roosteren, Analyses, Studenten.
-
Kies het overzicht Volgt onderwijsproducten.
In dit overzicht wordt per onderwijsproduct het aantal studenten die het onderwijsproduct volgen, het maximum aantal studenten voor het onderwijsproduct en het aantal vereiste groepen getoond. De waarden in het rood zijn bespreekgevallen, hiervoor is het maximum aantal studenten iets hoger dan toegestaan per groep of juist heel laag waardoor het een dure groep is.
-
Controleer in de Jaarplanning of voor dit onderwijsproduct voldoende regels zijn klaargezet.
Als dat niet zo is kan dat een van de volgende oorzaken hebben:
-
het maximum aantal studenten is te laag.
Hoog dan het maximum aantal studenten per onderwijsproduct op in de Basisdata. - er zijn te weinig groepen.
Los dit op door een extra groep toe te voegen.
Een andere methode om het aantal groepen per onderwijsproduct te controleren is via de Signaleringen Invoer. Als er te weinig plekken zijn wordt dit hier ook vermeld. -
het maximum aantal studenten is te laag.
Los signaleringen op
Nadat de controle is uitgevoerd, moeten signaleringen opgelost worden. Signaleringen maken vooraf duidelijk of alle studenten verdeeld kunnen worden over de lesgroepen, binnen de gestelde voorwaarden.
Om de signaleringen te berekenen moet in het venster Roosteren, Signaleringen, Clusteren invoer de week of het basisrooster gekozen worden waarvoor geclusterd gaat worden. Klik dan op de knop .
Nadat de signaleringen berekend zijn worden ze in de lijst getoond. Links de signaleringen en na selectie, de details rechts.
Signaleringen zijn verdeeld in vijf niveaus: urgent, hoog, normaal, laag en waarschuwing. Dit is ook de indeling die gebruikt wordt om te groeperen. Per groep wordt het aantal signaleringen weergegeven. Gebruik het filter in een opengevouwen lijst om het overzicht te houden.
Door het vinkje te verwijderen bij een signalering wordt aangegeven dat deze signalering genegeerd (en dus niet opgelost) wordt. Dat betekent dat de clustermodule een afwijkend resultaat zal berekenen. Door het uitzetten van het vinkje wordt ook op groepsniveau het aantal signaleringen aangepast worden naar actieve en inactieve signaleringen. Om inactieve signaleringen te verbergen is het mogelijk onder in het scherm op de knop te klikken (die verandert dan in
).
Aan een signalering kan een opmerking toegevoegd worden, bijvoorbeeld om uit te leggen waarom een signalering niet opgelost wordt. Dubbelklik hiervoor in de kolom Opmerking om deze toe te voegen aan de betreffende signalering.
In het detailvenster van een signalering wordt een omschrijving gegeven van het probleem, waarbij ook de oplossingsrichting wordt geduid.
Signaleringen (invoer en resultaat) en de oplossingsrichting worden hier beschreven. .
Voer de berekening van de signaleringen opnieuw uit om te zien of de signalering echt is opgelost. De signalering verdwijnt in dat geval uit het overzicht. Het kan gebeuren dat er dan meer signaleringen verdwijnen uit het overzicht. Deze zijn dan gerelateerd en (dus ook) opgelost.
Na het oplossen van de signaleringen kan het clusteren worden gestart.
Uitvoeren van de clustermodule
Als de controles zijn uitgevoerd en de signaleringen zijn opgelost, kan de clustermodule gestart worden. Dit is beschikbaar in het scherm Roosteren, Uitvoeren, Clusteren.
De Status geeft weer of de clustermodule gestart is of dat al een resultaat berekend is.
Het Clustermodel geeft de mogelijke methodes om te berekenen weer, klik op een knop om deze te kiezen:
-
Minimaliseren aantal overlappende lesgroepen
Door deze optie te kiezen zal het clustermodel het aantal lesgroepen met overlap zo klein mogelijk maken. Dit kan gecontroleerd worden in het scherm Roosteren, Studenten op het tabblad Groepen. Hierbij wordt overigens geen onderscheid gemaakt in aantallen studenten met overlap: één student met overlap weegt even zwaar als twintig studenten met overlap (beide gevallen tellen als één overlap). -
Minimaliseren aantal tussenuren voor studenten
Met deze optie wordt het aantal tussenuren voor studenten door het clustermodel zoveel mogelijk beperkt. -
Optimaliseren clusterlijnen
Bij deze optie worden de lesgroepen en onderwijsproducten toegewezen aan clusterlijnen. Lesgroepen in dezelfde clusterlijn mogen niet overlappen zodat deze in het rooster naast elkaar geplaatst kunnen worden. Kijk hier hoe de resultaten bekeken en verfijnd kunnen worden.
In de Parameters kan een aantal instellingen worden gedaan:
-
Studenten toewijzen aan lesgroep in alle weken van periode
De clustermodule berekent de resultaten op basis van de informatie in de geselecteerde week. Het resultaat wordt echter niet voor de week, maar voor de hele periode opgeslagen.Vink deze optie bij voorkeur aan: het is belangrijk altijd studenten toe te wijzen aan een lesgroep voor de hele periode.
-
Conflictvrije clustering voor vastgezette lessen
Het clustermodel zal rekening houden met al geroosterde activiteiten van een student bij het indelen in lesgroepen. Hiermee wordt voorkomen dat een leerling in twee lesgroepen terecht komt die gelijktijdig activiteiten hebben.
Dit is vooral van toepassing als er studenten zijn met extra onderwijsproducten die bij een eerste indeling niet zijn meegenomen voor dat extra onderwijsproduct. -
Minimaliseer aantal klassen per lesgroep
Het clustermodel zal er op sturen dat de samenstelling van de lesgroepen uit zo min mogelijk klassen bestaat. Wanneer lesgroepen uit minder klassen bestaan kan dit voor meer ruimte zorgen in de dagroostering. -
Rekening houden met Bevat groepen uit Jaarplanning
Wanneer aangevinkt wijst de clusterautomaat enkel studenten uit de groepen in 'Bevat groepen' van een onderwijsprogrammaregel toe aan de lesgroep die is ingevuld bij 'Lesgroeprooster' van diezelfde regel.
Hierdoor kan ik vanuit de jaarplanning al sturen uit welke stamgroepen ik studenten bij elkaar kan clusteren in de lesgroepen.
Dan kan nog een aantal voorwaarden ingesteld worden:
-
Negeer medewerkerbeschikbaarheid
Door deze voorwaarde aan te vinken wordt er geen rekening gehouden met de beschikbaarheid van medewerkers bij het clusteren. -
Negeer extra onderwijsproducten
Als deze voorwaarde wordt aangevinkt zal het clustermodel voor studenten met extra onderwijsproducten (zoals die zijn ingesteld in de Basisdata, Student, Volgt onderwijsproducten) de extra onderwijsproducten niet meenemen bij de indeling in lesgroepen. -
Negeer medewerkers
Er wordt geen rekening gehouden met de roostervoorwaarden van een medewerker. Conflicten mogen voorkomen, net als een activiteit wanneer de werknemer niet beschikbaar is. Deze instelling neemt ook de Negeer medewerkerbeschikbaarheid mee qua werking (deze wordt niet automatisch aangevinkt met deze instelling). -
Negeer faciliteiten
Er wordt geen rekening gehouden met de roostervoorwaarden voor faciliteiten. Er wordt ook niet gekeken naar faciliteittypesets. Conflicten mogen voorkomen en er wordt geen rekening gehouden met de beschikbaarheid.
Onder in het scherm zijn de knoppen Start en Stop beschikbaar. Met de knop Start kan het clustermodel gestart worden. Na de start van het clustermodel wordt de knop Stop actief om de berekening te kunnen stoppen. Bij het stoppen van het clustermodel wordt de keuze geboden de resultaten op te slaan, niet op te slaan of deze actie te annuleren en door te gaan met de berekening.
Wanneer een clustermodel wordt gestart, worden klassen en/of studentgroepen, medewerkers en faciliteiten die niet zijn vastgezet op geroosterde leeractiviteiten verwijderd. Daarnaast worden niet vastgezette clusterlijnen verwijderd. Dit geldt voor de geselecteerde week.
Studenten worden ook uit lesgroepen verwijderd als ze niet zijn vastgezet voor de geselecteerde week, of als dat zo is ingesteld, voor de geselecteerde periode.
Opmerkingen
0 opmerkingen
U moet u aanmelden om een opmerking te plaatsen.